L.S.,
Stel, je loopt een willekeurig museum binnen en al snel stuit je op een beeltenis van de verloving van Maria en Jozef. Achteloos loop je eraan voorbij… Ach, Bijbelse voorstellingen! Verderop een schilderij van Pieter Bruegel (1520-1569) over de hel… Gedver, die christenen ook altijd! Wat heeft de kerk toch een enge dingen bedacht!
In de catalogus lees je – als het een goede catalogus is – dat de voorstelling gebaseerd is op apocriefe evangeliën. Apo… Wat!? Ja, apokriefe (een ‘k’ mag ook) evangeliën. En er zijn ook nog tal van apocriefe apocalypsen en handelingen. Apocrief betekent: niet in de canon opgenomen. En dan blijkt dat het aantal teksten dat niet in de Bijbel is opgenomen, groter is dan het Nieuwe Testament zelf.
Wist u dat onze angst voor hel en verdoemenis gebaseerd is op buitenbijbelse voorstellingen? Want in de Bijbel komen deze niet voor. Toch zijn ‘hel en verdoemenis’ – eigenlijk ketterse voorstellingen dus – opgenomen in de christelijke traditie. Zelfs dominees die, tot voor kort, hel en verdoemenis van de kansel preekten weten dit niet. En wij, achteloze bezoekers van musea, weten ook niet dat zeer veel kunst teruggaat op buitenbijbelse literatuur.
Op 1 november aanstaande verschijnt Het Grote Boek der Apokriefen, een verzameling van (bijna) alle buitenbijbelse teksten, onder redactie van Jacob Slavenburg. Vanwege deze gelegenheid, en de grote onbekendheid met de geschriften, leek het de redactie passend om dit nummer van BRES geheel aan de apocriefe evangeliën te wijden.
John van Schaik
|
|
Laatst geupdate op ( vrijdag 23 oktober 2009 )
|