Home
Bres 279

Het meest verborgene in het hart


Motieven in de vroeg-joodse mystiek


Klaus Rüdiger Mai


De vroeg-joodse mystiek begint met het hemelvaartsvisioen van Ezechiël zoals beschreven in het bijbelboek Ezechiël. Vele niet-bijbelse beschrijvingen van hemelvaartvisioenen volgen.


Van de vele apocalyptische literatuur die niet in de canon van de Heilige Schriften zijn opgenomen, hebben de boeken IVEzra en de Henochboeken de grootste bekendheid gekregen. Deze boeken zijn in de derde/tweede eeuw voor Christus ontstaan. Om de geschriften autoriteit te geven werden ze toegeschreven aan bijbelse patriarchen als Henoch, Adam, Abraham, Mozes, Esra, Baruch en Daniël. Deze boeken bevatten de grote mysteriën, de openbaringen van de geheimen van God die in de officiële religies – de kleine mysteriën – werden verzwegen. Mystiek leeft mutatis mutandis van het onderscheid tussen de kleine en grote mysteriën. 


In het eerste hoofdstuk van het bijbelboek Ezechiël krijgt de naar Babylon verbannen profeet mededelingen van God in de vorm van beeld- en woordvisioenen. Ezechiël schouwt de Heerlijkheid van God, zijn Troonwagen (Merkabah) en zijn hemelse paleizen (Hechalot). Dit visioen bevrijdt, want ze overbrugt de afstand tot God en verheft de mens, omdat men deelgenoot wordt van de geheimenissen Gods. 


God is de absolute waarheid
God is de absolute waarheid. Mensen houden dat eigenlijk niet uit. Daarom komen velen niet verder dan de kleine mysteriën (de officiële kerk, rituelen etc.). Iedere mystiek begint met het zich afwenden van de wereld en met reinigingsrituelen. Wanneer er tussen mens en God een afstand is, is er ook een ‘verte’. De mens in de Godsverwijdering leeft in verbanning. De verbanning is Babylon, maar ook de wereld. Het opheffen van de verbanning is de verwijdering overwinnen, c.q. God schouwen en zijn Troonwagen in een hemelreis. Dat beschrijven de boeken Ezechiël en Henoch. De patriarchen worden zo tot voor-beelden. Ezechiël ziet de Troonwagen, de engelen en ook een uiterlijke vorm van God. De aanschouwing van de Troonwereld opent voor de mystici de blik in het Al, die door de gnostici het Pleroma wordt genoemd. Dat is de lichtwereld van God met al zijn krachten, mogelijkheden en scheppingen.


De paradox
In het Godsgeheim zit een paradox van de waarneming. Het is immers waarnemen zonder waar te nemen. De mens neemt waar omdat hij onderscheidt, bijvoorbeeld in licht en donker. Maar de Godschouwing is eenvuldig. Dat betekent iets schouwen wat niet te onderscheiden is, waarin men bovendien zelf is en waartoe men behoort. Het betekent licht en duisternis ineen, zonder onderscheid. De weg van de mysticus gaat via een verandering van de waarneming.
Waarnemen door niet-waarnemen


[totaal aantal woorden 2200]



Column Marleen in Reliland



Iedereen een alchemist
 





‘Puur vuur is volgens de alchemie de levenskracht in ieder deeltje. Hoe hoger je komt, hoe zuiverder het wordt en hoe dichter bij God’s woonplaats,’ vertelt Rina Knoeff tijdens de themamiddag Wondere Werelden, over botanie, alchemie en esoterie. We zitten met zo’n zestig man in de Bibliotheca Philosopica Hermetica, waarvan ondernemer Joost Ritman na vele overwonnen plagen eind 2011 de deur op de Bloemgracht weer heropende.  
Het zoeken naar de Steen der Wijzen, de methode die metalen in goud kan veranderen, is de basis van de Westerse, Hermetische Alchemie. Vloeibaar goud zou tevens het beste medicijn voor vele kwalen zijn. In experimenten met zware metalen, trachtte men de onzuivere delen te scheiden en zo de basis voor het goud te verkrijgen. Zo liet zelfs medisch onderzoeker Boerhaave lood twintig jaar koken in een pot en mocht een dosis kwik dertig jaar onveranderlijk schudden in een molen. Indrukwekkend zinloos. En hoe is de alchemie zelf getransformeerd? Was de steen der wijzen, weliswaar gehuld in magische nevelen en moeilijk te verwerven, niet bedoeld als een instant oplossing voor leed? Is dat niet hetzelfde als wij nu voor een probleem dat onze levenskracht aantast het liefst een pil zouden willen slikken? Zijn Seroxat en Viagra in dat licht niet even mystiek als het oermetaal Guhr of het Puur Vuur? 
De Verlichting verhield zich slecht met de duistere hermetiek, die zijn empirische grondslag kwijt was geraakt aan de natuurwetenschappelijke chemie en farmacie. Alchemisten werden na de renaissance magiërs en filosofen, die zich toelegden op de meer geestelijke verwerving van fysieke krachten. Psycholoog Jung verklaarde de universele symboliek als weerslag van het onbewuste van de mens, en baseerde hier zijn archetypen op. 
Wat van de alchemie overblijft is de queeste – of om met Jung te spreken: ‘Het alchemische opus is het werk van de verlossende mens, die zich bekommert om de goddelijke wereldziel die in de stof sluimert, en op verlossing wacht.’ Op zoek naar ‘puur vuur’ in tijden van neurotisch individualisme. We hadden het altijd al in ons.   


Marleen Schefferlie






Divine Suprise: 1001 goddelijke vrouwen


Van oermoeder Ma tot Maria


Annine van der Meer


Zwart-geklede en wit-geknevelde heren archeologen hebben vanaf de negentiende eeuw de oermoeder tot pin-up gemaakt. Hoog tijd dus voor een herwaardering van de goddelijke vrouwen.


Het is zaterdag 17 november 2012. Eerder dat jaar maakte academie PanSophia een Cyprus reis en vandaag is het de dag van onze Cyprusreunie in Heiloo, vlak bij het bedevaartscentrum van O.L.Vrouwe ter Nood.  In de ochtend zullen wij samenkomen in de abdij van Egmond en wij spreken af in de grote winkelruimte. Onze reisleidster en mijn goede vriendin ziet boven in de wand lange planken met reeksen iconen. Plots slaakt zij een kreet: haar oog is gevallen op de zeldzame icoon van het brandende braambos. Een oude monnik in pij en sandalen klimt de ladder op en haalt de icoon naar beneden. De stralende kleuren van het groen van het bosje en het rood van het vuur fonkelen ons tegemoet. Zij is er weg van. De afgelopen maanden heeft zij keihard gewerkt. Zij heeft de catalogus voor de komende tentoonstelling Divine Surprise. Het vrouwelijke in God vanuit het Duits in het Nederlands vertaald. Na van de monnik de prijs vernomen te hebben, geeft zij de icoon spijtig maar resoluut terug. ‘Nee, ik doe het niet’. Bij de avondmaaltijd wacht haar een grote verrassing. Zij ontvangt een goed ingepakt cadeautje, een werkelijke Divine Surprise. Het is de icoon van het brandende braambos. [afb.2]


Uit het brandende braambos spreekt een vrouwenstem
Bij het volkomen verdiende cadeau –zij corrigeerde mijn laatste boek- geef ik een korte toelichting. Uit het brandende braambos spreekt geen mannelijke maar een vrouwelijke godheid. Het is de stem van El Shaddai of ‘zij met de borsten’. Haar naam staat letterlijk in de Hebreeuwse teksten maar werd wegvertaald in God Almachtig en later in de Heer. El Shaddai wordt in Oud-Israël ook wel Ashera genoemd; haar naam is afgeleid van het Hebreeuwse asher (gelukkig) of ‘zij die gelukkig maakt’. El Shaddai of ‘zij met de borsten’ en Ashera of ‘zij die gelukkig maakt’ zijn dus een en dezelfde. (zie afb.1) Vandaar dat Ashera van Israël op talrijke beelden prominente borsten heeft die zij uitnodigend uitsteekt. Het heeft niets met seks of liederlijke orgieën te maken, zoals zolang gedacht is. Maar alles met leven geven, leven voeden en instand houden.Van El Shaddai en Ashera loopt een directe lijn naar Maria. Ook zij wordt wel afgebeeld met een ontblote borst die zij haar zogend kind uitnodigend voorhoudt. En het is Maria met kind die op oosterse iconen in het altijd brandende braambos een kind op de arm houdt. Wat doet zij in het brandende braambos?


[totaal aantal woorden 2053]



Column Uitgelicht


Liefde


Dit schilderij heb ik gemaakt voor een zus en zwager die lange tijd getrouwd zijn. 


Het was een geschenk om hun liefde te vieren. 



Liefde is allesomvattend, in alles aanwezig. Niet in woorden te vangen ook, vandaar dat ik het in dit schilderij probeerde weer te geven.


De liefde tussen (2) mensen. Symbolisch weergeven, het goud staat voor het kostbare, de parapluutjes voor bescherming. Het esculaap voor gezondheid.


Er zijn ook roosjes in verwerkt, het is een vrij pasteus en gelaagd schilderij. Het formaat is 1 meter bij 75 cm. 


Aan mijn zus vroeg ik of zij nog iets toe wilde voegen voor Bres. Zij stuurde dit gedichtje: 


liefste
ik zoek een woord
een heel nieuw woord
een woord dat niemand kent

 
ik zoek een woord
dat zeggen wil
dat jij de liefste bent

 
(hans en monique hagen)



Maureen
www.spiritart.nl








God zien met de zintuigen


Ingewijden verlossen de schepping

 
John van Schaik

Waar zijn ingewijden eigenlijk voor nodig? Toch niet alleen voor de eigen verlichting? De christelijke manicheeërs (vierde – veertiende eeuw) hadden op deze vragen een bijzonder  antwoord.



In zijn Contra Faustum doet Augustinus (354-430) een merkwaardige uitspraak over de manicheeërs. Augustinus verwijt de manicheeërs dat zij met hun ‘vleselijke zintuigen’ (carnalis sensis) het kwaad kunnen zien in slangen, vuur, vergif etc. en het goede in plezierige bloemen, aangename geur en zonlicht. Augustinus daarentegen ziet ‘het onveranderlijke licht’ alleen boven de geest met de ogen van zijn ziel (oculum animae meae). Volgens Augustinus gaat het daarbij om onzichtbare dingen, terwijl de manicheeërs het onzichtbare presenteren als zichtbare dingen. 


Smaak, kleur en geur
Hoe kunnen we ons voorstellen dat de manicheeërs het goddelijke in de natuur (kosmos) zien met hun ‘vleselijke zintuigen’? Een paar citaten uit De moribus Manichaeorum (Over de gewoonte van de manicheeërs) van Augustinus maken duidelijk hoe de manicheeërs het goddelijke licht in de natuur waarnemen:


Om te beginnen vraag ik u dan hoe er aan komt te onderwijzen dat in granen, peulvruchten, groenten, bloemen en fruit dat onbestemde deel van God (pars Dei) aanwezig is? Dat blijkt, zeggen ze, door de glanzende kleur, de aangename geur en het zoete sap. 


In de kleur van de rode roos is het goede aanwezig. En in de gele meloen is een deel van de schatten van God aanwezig. Het goede wordt ontdekt door te ruiken. Natuurlijk zijn het alleen de manicheese ingewijden – de electi – die het goddelijke in de natuur kunnen waarnemen. Omdat bij hen de ‘poorten van de zintuigen’ zijn geopend. Bij de electi beheersen de licht-nous alle levens- en zielefuncties. Dus ook de functies van de zintuigen. Daardoor zijn de ogen van de electi geopend om het goddelijke te zien:


En de poorten, die zich voorheen slechts hadden geopend voor de begeerten, zij openen zich nu, om al wat Gode welgevallig is, op te nemen.


De Heilige Geest is heerser in het lichaam geworden, waardoor de poorten van het lichaam – de zintuigen – geopend zijn voor het goede. Met de gereinigde fysieke zintuigen kunnen de  manichese electi kennelijk het licht van de duisternis onderscheiden in het koren, de groenten en het fruit. Niet alleen hebben de manichese electi door het beoefenen van de gnosis de licht-nous ontvangen, ze hebben ook een lichtkleed ontvangen. In het manichese psalmboek lezen we:


Toen ik de roep van mijn Redder hoorde, bekleedde een kracht al mijn leden; Ik vernietigde hun bittere muren, ik vertrapte hun deuren, ik rende naar mijn Rechter. De krans van glorie zette Hij op mijn hoofd, de prijs van de overwinning plaatste Hij in mijn hand. Hij bekleedde me met de lichtmantel, Hij plaatste mij boven al mijn vijanden.


Waar Augustinus met de ogen van de ziel het transcendente geestelijke ziet, zien de manicheeërs kennelijk het immanente geestelijke in de natuur door de omkleding van (onder andere) de zintuigen met het lichtgewaad. De manichese electi transformeren hun lichaam van duisternis naar licht.
 


[aantal woorden 1927]







De zevende hemel van de katharen


Quidam Bonus Homo


Mieke Felix


Ook kathaarse electi twijfelen soms aan hun geloof. Er is een remedie: een hemelreis maken om de waarheid te aanschouwen.


In zijn tweede brief aan de Korintiërs heeft Paulus het over ‘een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd. Of dat in zijn lichaam of buiten zijn lichaam gebeurde, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken’ (12,2-4). Of Paulus het hier in een versluierde vorm eigenlijk over zichzelf heeft, is niet helemaal duidelijk. Nochtans heeft hij op andere momenten in zijn carrière wel degelijk visionaire, bovennatuurlijke ervaringen gehad. Werd hij niet door de verrezen Heer zèlf  geroepen, toen hij op weg was naar Damascus om daar de christenen op te pakken en uit te leveren? Of die visioenen al dan niet veroorzaakt werden door epileptische aanvallen,  zoals sommigen beweren, doet er voor ons even niet toe. Het gaat erom dat het gevoel boven zichzelf opgeheven te worden, hem sterkt in de overtuiging dat hij in de waarheid leeft. Of niet?


‘Dit is je vader niet’
Wie – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam – opgetild wordt tot in het paradijs en daar God aanschouwt, ervaart dat als een bevestiging van alles waar hij of zij in gelooft. Zo zag Guilhem Bélibaste het althans, wanneer hij, ergens rond het jaar 1318, een preek begon met de woorden: ‘Een zekere bon homme vroeg zich af of hij wel het ware geloof had ...’. Quidam bonus homo, zegt de Latijnse tekst. Hiermee wordt een geconsoleerde bedoeld, iemand die het kathaarse sacrament of consolamentum heeft ontvangen. Het is het begin van een vreemdsoortig verhaal, waarmee Bélibaste, zelf ook een bon homme, blijkbaar de waarheid van het kathaarse geloof wil aantonen. Voor de ogen van de twijfelende man, vertelt hij, verschijnt een engel die zegt: ‘Klim maar op mijn schouders, ik zal het je laten zien’. Steeds hoger voert de engel de man mee. Boven elke hemel openbaart zich een nieuwe, nog verrukkelijker hemel. Telkens weer wil de bon homme neerknielen om de plaatselijke heer te vereren, maar de engel houdt hem tegen: ‘Dit is je vader niet’. Tot ze uiteindelijk in de zevende hemel aanbelanden, waar de kathaar vol vreugde in aanbidding neervalt en aan de Vader vraagt of hij daar alsjeblieft mag blijven. Wat hem niet wordt toegestaan, want ‘hij moet naar de wereld van ellende terugkeren om voor zijn kinderen te zorgen’. Bélibaste beëindigt zijn preek met de verzekering dat ‘op die manier ons geloof bevestigd werd’.
 
 

[aantal woorden 2063]







De ridders van de lapis philosophorum 


De inwijdingsweg van Christian Rosencreutz


Jacob Slavenburg


Uniek in de traditie van de westerse esoterie is de alchemistische inwijdingsweg van Christian Rosencreutz. De inwijding wordt beschreven in een zeer rijke en soms vreemde beeldtaal.




In 1616 schreef Johan Valentin Andreae zijn alchemistische meesterwerk Chymische Hochzeit Christinai Rosencreutz Anno 1459. In dit boek beschrijft Andreae de inwijdingsweg van Christian Rosencreutz in zeven dagen aan de hand van alchemistische beeldtaal. Anno 2013 is het moeilijk om te begrijpen wat die beelden betekenen. In dit artikel behandel ik de zeven fasen van de alchemistische inwijdingsweg aan de hand van enkele specifieke attributen die Christian ontvangt en die kennelijk een teken zijn voor een bepaald moment van de inwijding.


Dag 1 Deus Lux Solis
Op de eerste dag krijgt Christian Rosencreutz een brief waarin hij wordt uitgenodigd voor de bruiloft van de Sponsa (bruid) en Sponsus (bruidegom) ofwel de koning en de koningin. Het zegel op de brief is de Monas Hieroglyphica van John Dee (1527-1609), een vooraanstaand alchemistisch engelse wetenschapper (zie afb.1a). Christian acht zich echter niet waardig genoeg. Maar in een droom wordt hem getoond dat hij een van de uitverkorenen is. Hij droomt namelijk dat veel mensen proberen te ontsnappen uit een donkere toren. Hij is er een van. Er wordt een touw naar beneden gegooid. Christian is een van de negen die het touw kunnen pakken. Deze negen krijgen een gouden munt met aan de ene kant een voorstelling van de opgaande zon en aan de andere kant de tekens D.L.S. er op. Dat betekent Deus Lux Solis – dat is zoiets als ‘God is het licht van de zon’. Het kan ook betekenen Deus Laus Semper – en dat betekent ‘God zij eeuwig lof’. De alchemistische weg begint dus met de aanbidding van God. Dat is het grote werk; het Ergon (zie afb. 1). Zonder God wordt het niets, zo is de boodschap.



[aantal woorden 2273]



Laatst geupdate op ( maandag 22 april 2013 )
 
© 2013 Bres - Tijdschrift voor religie, wetenschap en gnosis.