|
Hoe goddelijk is de schepping?
God in of buiten de natuur?
Jacob Slavenburg
Als God bestaat, waar is hij/zij dan te vinden? Voorbij de zeven sferen zeiden de gnostici. In het hart volgens de mystici. In de schepping volgens de hermetici. In de materie vonden de alchemisten.
In de antieke gnosis, waar we gelukkig door de vondst bij Nag Hammadi in 1945 redelijk veel van weten, was de weg tot God een weg van ontkenning. Ontkenning van de duistere demiurgische scheppergod, Jaldabaoth, die de zichtbare wereld en de mens had geschapen. Tenminste: lichaam en ziel. Want de diepste kern van de mens kwam als een lichtvonk uit een heel andere wereld, het Lichtrijk (pleroma) van een Onbekende God. Een God die niet kenbaar is omdat Hij/Zij naar menselijke maatstaven niet te omvatten is. Zoals het in het Geheime Boek van Johannes, een gnostische sleuteltekst, beschreven wordt:
Hij is de onzichtbare Geest.
Men mag Hem zich niet als een god
of iets dergelijks voorstellen
want Hij is grootser dan goden,
omdat er boven Hem niets bestaat.
Niemand is heer over Hem,
want Hij vestigt Zichzelf,
Hij is eeuwig en heeft niets nodig,
want Hij is volkomen volmaaktheid.
Hem ontbreekt niets,
dat Hem zou kunnen vervolmaken,
omdat Hij steeds volmaakt is.
Hij is het licht.
Hij is onbegrensbaar (NHC, II.1)
Ieder beeld van die Grote Onkenbare, meenden de gnostici, is een projectie vanuit de duistere en slechte materie, dus onzuiver. Het schouwen van Hem/Haar was alleen mogelijk door zo diep - door de verachte materie en lichamelijkheid heen - in jezelf af te dalen tot je de godsvonk in je eigen ziel raakte. Dan mocht je iets ervaren van het onbegrensde licht.
Met het oog op ...
Tulpen
Sophia Heeres, geboren in 1981 te Zuidlaren, momenteel wonend en werkend in Groningen, studeerde aan de Academie Minerva in de richting autonoom schilderen. Opgroeiend in Schipborg, gelegen in het prachtige stroomdal van de Drentsche Aa, wordt haar kijken: zien! Gefascineerd door kleur tekent zij als kind al wat zij ziet, maar met haar eigen beeldtaal: kleur! Kleur is de kern van haar leven.
De schilderijen kenmerken zich door het gebruik van vlakken in felle kleuren, afgebakend met lijnen. Sterk vereenvoudigde vormen, waarbij kleuren ritmisch geordend zijn. Door haar uitbundig kleurenpalet creëert zij haar eigen werkelijkheid.
Inspiratie voor haar werk vindt zij in het leven. Het begint met kijken. Kijken is iets anders dan zien. Bloemen zijn een terugkerend thema voor Sophia. Tijdens haar opleiding tot bloemstyliste en haar studie aan Minerva leerde zij omgaan met kleuren en composities.
In het schilderij Tulpen heeft zij een compositie gecreëerd, waarbij het lijkt alsof je tegen de tulpen opkijkt. De grote witte tulp op de voorgrond geeft de teerheid van de bloem optimaal weer. De witte tulp is het symbool van puurheid en reinheid.
Sophia schrijft: ‘Tulpen zijn er in zoveel kleuren en varianten. Het mooie daarvan vind ik, dat ik in mijn manier van schilderen de tulpen als het ware kan ‘vereenvoudigen’ maar dat het werk toch heel herkenbaar van mij blijft.’
Van het werk Tulpen zijn in een gelimiteerde oplage giclées te koop.
Meer informatie: www.galleriasophia.nl
Acryl op linnen
Afmeting 100 x 100 cm
Gaandeweg verbonden geraakt
Franciscus van Assisi en het Zonnelied
Hans Sevenhoven
Als het om milieuspiritualiteit gaat, komt de naam Franciscus van Assisi dikwijls naar voren. De katholieke kerk riep hem uit tot patroon van de ecologie. Zijn leven getuigt van een oorspronkelijke omgang met alles wat er is, met het Zonnelied als hoogtepunt.
In 2002 kwam de restauratie van de kluizenarij van Arnolfi gereed. In 1213 verbleef Franciscus daar. Op het houten antipendium aan de voorzijde van het altaar van de Mariakapel schreef Franciscus een tekst die bestaat uit een aaneenrijging van Schriftcitaten die de schepselen oproept om God te loven. Deze vroege tekst, De Aansporing tot het loven van God, gaat als volgt:
Vrees de Heer en geef Hem eer. (Apk 14,7)
Waardig is de Heer lof en eer te ontvangen. (vgl. Apk 4,11)
Prijs de Heer, allen die Hem vreest. (vgl. Ps 22,24)
Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u. (Lc 1,28)
Prijs Hem, hemel en aarde. (Ps 68,5)
Prijs de Heer, alle rivieren. (vgl. Da 3,82)
Zegen de Heer, kinderen van God. (Da 3,82)
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
laten wij juichen en ons erin verheugen. (Ps 118,24)
Alleluja, alleluja, alleluja, Koning van Israël.
Laat iedere geest de Heer prijzen. (Ps 150,6)
Prijs de Heer, want Hij is goed; (Ps 135,3)
allen die dit leest, zegen de Heer.
Alle schepselen, zegen de Heer.
Alle vogels van de hemel, prijs de Heer. (vgl. Da 3,80)
Alle kinderen, prijs de Heer. (vgl. Ps 113,1)
Jonge mannen en vrouwen, prijs de Heer. (vgl. Ps 148,12)
Waardig is het Lam, dat geslacht is,
lof, roem en eer te ontvangen. (vgl. Apk 5,12)
Gezegend heilige Drievuldigheid en ongedeelde Eenheid.
Heilige aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd.
In deze tekst worden alle schepselen aangespoord met Franciscus mee de Schepper te prijzen en te loven. Een van de spanningsbogen die de tekst bijeenhoudt, is die van Gods hoogheid, almacht en goedheid, die zich met name ook toont in de wijze waarop hij in de schepping – in de schoot van Maria – afdaalt, en vervolgens lijden en dood ondergaat.
Juist het fysieke leven mag gevierd worden
Op weg naar een theologie van de natuur
Rinus van Warven
In mijn studie theologie (30 jaar geleden) kwam de natuur niet voor. Dat is aan het veranderen. Zelfs het CDA breidt compassie nu uit tot natuur en milieu.
Ga naar de den als je over de den wilt leren, of naar de bamboe als je over de bamboe wilt leren. En wanneer je dat doet, laat dan je vooringenomenheid en je subjectieve oordeel achter. Anders leg je jezelf op aan het object en leer je niets. Je poëzie ontstaat als vanzelf wanneer jij en het object één geworden zijn.
O, oude vijver!
een kikvors springt van de kant
geluid van water
Matsuo Basho (1644-1694) is één van de grootste haikudichters uit de Japanse dichtkunst. Hij vertelt hoe de haiku als het ware vanzelf uit het object moet oprijzen en dat kan alleen als de dichter en het object één zijn geworden. ‘Het eeuwige, het onveranderlijke en de natuur zijn niet te scheiden. God gaat niet schuil achter de dingen. God is… de dingen. Maar dat kan alleen als het subjectieve zelf niet in de weg staat.’
Relatie
Spiritualiteit is eerbied voor het leven, religie is geprak¬ti¬seerde eerbied voor het leven. Zo vatte Dr. Albert Schweitzer (1875-1965) zijn boodschap samen. ‘Niet alleen het leven van de andere mens, de nabije en verre naaste. Geloven’, zo zei Schweitzer dat in de taal van het begin van de twintigste eeuw, ‘is ook kiezen voor niet-mense¬lijke vormen van leven, voor bomen, planten en dieren.’ We kunnen spiritualiteit oefenen door onszelf niet aan die natuur op te leggen en dus te leren. Met dank aan Matsuo Basho. Mijn dierbare vriendin Madeleine bracht enige jaren geleden een bezoek aan de ‘Mountain of Attention’ in Californië, één van de heiligdommen van Avatar Adi Da Samraj. In de Fear-No-More-Zoo, dat zich laat vertalen als de Vrees-Niet-Meer-Dierentuin, verblijven een aantal schildpadden. In deze dierentuin laten ‘humans’ en ‘non-humans’ zien dat ze niet langer bang voor elkaar hoeven te zijn en dat elkaars bestaan wederzijds gerespecteerd wordt. Toen Madeleine één van de schildpadden in het oog kreeg, leek het alsof het dier wakker werd. Misschien had de schildpad haar al veel eerder ontwaard, maar reageerde hij op de wens tot contact. De schildpad zette zich langzaam in beweging in haar richting. Op zeker moment legde zij haar hand op de kop van het dier waarna deze haar ogen naar boven draaide en haar aankeek. Madeleine maakte contact met de schildpad met alle liefde die er in haar was. De schildpad drukte kop en nek in haar hand. Het was alsof de schildpad haar uitnodigde tot relatie. God manifesteert zich in … relatie.
Uitgelicht
De zeegezichten van Johan Borgman
‘Een bekend kunsthistoricus en kunstschilder noemde mijn schilderijen ‘bezield’. Ook andere psychisch en intuïtief ingestelde mensen werden door mijn schilderijen doorstraald van trillingen en/of energieën die de ziel beroeren. Dit stemt overeen met wat ik onderga, wanneer ik bij het schilderen ben ingesteld op de zee, want dan doorleef ik haar met haar wijdheid en stromingen. De ziel zoekt de wijdheid, wijl ze stamt als de lichtvonk uit de eindeloze Bron van leven, van waaruit in het heelal Liefde, Wijsheid, Schoonheid en wil straalt’.
(Johan Borgman in J. Bédier, Johan Borgman. Zijn leven, zijn werk, Naarden 1996)
De paranormaal begaafde Johan Borgman (1889-1976) leefde als ambtenaar en dichter in Den Haag. Op een dag kwam de Zee over hem. De Zee als de oneindige bron die ons voedt en die alles geboren doet worden. Borgman ervoer in zijn ziel de zuivere liefde voor Christus. Hij was toen achtentwintig. Hij besloot alles in de steek te laten, vestigde zich in Amsterdam, ging de zee schilderen en zijn helderziende gaven gebruiken om de mensen te genezen. Hij schilderde ongeveer 400 zeegezichten, waarvan er nu zo'n 50 over zijn.
De Mystieke Zeegezichten van Johan Borgman worden tot eind 2011 tentoongesteld in
Jet Kat Art Gallery aan de Nieuwe Amstelstraat 85 in Amsterdam. Zie www.jetkat.nl en www.johanborgman.nl
Oneindig is het raadsel der natuur
Mystiek en natuur: gaat dat samen?
Claudia Hoekx
Vaak wordt mystieke gezien als een bovennatuurlijke ervaring. Maar dat is niet: buiten de natuur. 'Echte' mystiek leidt juist tot een grotere betrokkenheid op de natuur. Omdat de natuur een 'stem van God' is.
‘Oneindig is het raadsel van de natuur’, zei Karl Theodor Körner (1791-1813) een Duitse dichter ten tijde van Napoleon, wat duidelijk maakt dat de natuur een inherente duistere kracht in zich kan dragen waar we niet altijd weet van hebben en die ons blijft verbazen. ‘Niet hoe de wereld is, is het mystieke, maar dat zij is’, zei Ludwig Wittgenstein (1891-1951), een Oostenrijks-Britse filosoof. Ook het mystieke gaat in op een kracht die voorbij het bekende ligt. In beide citaten wordt duidelijk dat men zowel over de natuur als in de mystiek kan spreken van een werkelijkheid die niet alledaags is. Interessant als men de relatie tussen natuur en mystiek verder wil uitdiepen.
Mens en boom zijn beide heilig
Volgens Mircea Eliade (1907-1986), een Amerikaanse godsdiensthistoricus van Roemeense afkomst is het mogelijk dat de natuur optreedt als drager van heiligheid. In zijn boekje ‘Het Heilige en het profane’ legt Eliade uit dat het heilige als openbaring van het goddelijke via verschillende wegen tot ons kan komen; via de mens maar ook via een steen of een boom e.d.. Het heilige bewerkstelligt een breuk met de profane wereld en maakt twee soorten omgang met het leven mogelijk. Voor de profane mens is een tempel een heilige plaats waar tijd en ruimte geordend worden. Voor de sacrale mens is dit niet zo. Of men bijvoorbeeld nu wel of niet een drempel van een kerk overschrijdt, men ervaart geen enkel verschil. Deze theorie van Eliade maakt ons duidelijk dat afhankelijk van de perceptie van de persoon een situatie als heilig wordt bestempeld.
Op weg naar een ecologische levenskunst
De bezielde kosmos van de Stoa
Hilde Debacker
De kosmos is een levend geheel, geordend door de Logos, zeiden de oude Griekse stoïcijnen. Volg die ordening in plaats van jezelf! Kunnen wij daaar iets van leren in onze huidige zoektocht naar een zorgzame houding ten aanzien van al-wat-leeft?
Wij kennen de Stoa vanwege de ‘stoïcijnse levenshouding’ en daar hebben wij meestal niet zo een positief beeld bij. Maar dat is niet altijd zo geweest. De filosofische school van de Stoa wordt rond 300 voor Christus in Athene gesticht door Zeno van Citium. Van oudsher is de Stoa befaamd om haar nadruk op de zorg voor het zelf. Wie filosofisch wil leven, stellen de stoïcijnen, moet in de eerste plaats streven naar een meesterschap over zichzelf. De stoïsche filosoof moet voortdurend trachten een gelijkmoedige geest te bewaren en zich onafhankelijk op te stellen ten aanzien van alle uiterlijke omstandigheden. Gezondheid of ziekte, succes of falen, leven of dood zijn voor hem ‘indifferente zaken’ die we moeten aanvaarden zoals ze op onze levensweg komen.
Doordrongen van de Logos
Typerend voor de Stoa is dat ze kennis van de kosmos en van de werking van de natuur onontbeerlijk achten om tot de juiste levenshouding te komen. Hoe moeten we die samenhang begrijpen? Volgens de Stoa is de kosmos één groot organisch geheel, volkomen doordrongen van de Logos, de goddelijke rede. In de hiërarchie van plant, dier en mens is het slechts de mens die ook beschikt over de rede. En wel over diezelfde goddelijke rede die de hele kosmos doordesemt. Mens en kosmos zijn dus ten diepste verwant. Over god wordt door de Stoa alleen gesproken als over de kosmos in haar geheel of als over de goddelijke rede die haar doordringt.
De column van Leyla
Kerst en Islam
In de Islamitische traditie is het niet gebruikelijk
dat de geboorte  dag van een profeet wordt gevierd, zo ook niet van Jezus. Mijn kinderen vieren op school wel Kerst. Het is dan voor ons als gezin met een Islamitische traditie een uitdaging om te kijken naar de raakvlakken en verschillen. Op school leren mijn kinderen dat Jezus het goddelijke licht is dat wordt geboren. Zo naar Kerst kijken is voor ons als gezin een verrijking.
Jezus neemt in de islam een heel belangrijke positie in te midden van de profeten. Jezus en Maria worden in de Koran vaker genoemd dan Mohammed. Maria is de enige vrouw die in de Koran wordt genoemd en waaraan een heel hoofdstuk is gewijd. De Koran geeft geen gedetailleerd levensverslag van Jezus, maar belicht wel de belangrijkste aspecten van zijn geboorte, zijn missie en hemelvaart.
Jezus is vooral belangrijk in de Islam vanwege zijn mystieke kant. Hij heeft hele¬maal voor God geleefd. Dit universele karakter van zijn missie spreekt mij erg aan. Jezus concentreerde zich op gerechtigheid, bescheidenheid, nederigheid, vrede, liefde, anderen helpen. Hij predikte de morele waarden van de hoogste graad. Genade, liefde en vergeving waren zijn kenmerkende eigenschappen.
Kerst is voor ons dan ook in het bijzonder een moment van bezinnen en God aanbidden om de Jezus in onszelf te ontmoeten en na te kunnen leven. Als we elkaar in het nastreven hiervan, zowel als moslim en christen kunnen bemoedigen en helpen zal kerst een feest van ons allen kunnen worden.
Leyla Karaka
serie Esoterie en schilderkunst in de gouden eeuw
Schilderde Rembrandt het geheim van het leven?
Rembrandts glorieuze Steen
Arno Kaat
Velen hebben de legendarische Steen der Wijzen gezocht, maar slechts een enkeling wist hem te vinden. Steensymboliek behoorde tot de culturele bagage van onder meer Rembrandts eerste beschermheer Scriverius. Was van Rijn er zelf ook mee bekend?
Volgens de schilder Karel Appel (1921-2006) heeft Rembrandt van Rijn (1606-1664) het geheim van het leven ontdekt. Met die opvatting bevindt Appel zich in goed gezelschap. Volgens de socioloog en kunstfilosoof Georg Simmel (1858-1918) kunnen we toegang tot Rembrandt krijgen als we hem zien in het licht van de alles dragende begrippen substantie en leven.
Vier jaar voordat Georg Simmel in 1916 Rembrandt, ein Kunstphilosopischer Versuch publiceerde, het boek waarin hij de genoemde opvatting uiteenzet, hield zijn Berlijnse stadgenoot, de filosoof en antroposoof Rudolf Steiner (1861-1925) voordrachten over de rozenkruiser-alchemisten van de zeventiende eeuw. Net als Simmel was Steiner geïnspireerd door de dichter-wetenschapper en Rembrandtbewonderaar Johan Wolfgang von Goethe (1749-1832) en diens visie op het leven. Von Goethe op zijn beurt vond een inspiratiebron bij de natuurfilosoof Jacob Böhme (1575-1624). Böhme zullen we verderop in dit artikel nog tegenkomen.
Steiner zegt in een van de betreffende voordrachten onder andere dat de rozenkruiser-alchemisten op zoek waren naar een substantie, een begrip dat, zoals we zagen, ook bij Simmel centraal staat. Steiner schetst die substantie in bijna dezelfde bewoordingen als alchemisten de Steen der Wijzen. Steiner: ‘Het is geen goud en geen zilver, geen lood en geen koper. Het is niet te vergelijken met fysieke substantie ... maar het is de essentie van alles’. Alle substanties ‘zijn modificaties van deze ene substantie ...’. Deze substantie, die ‘niet lijkt op wat dan ook in de wereld, vormt de grens van de dode, minerale wereld, en de wereld van het leven’.
Sommigen zochten niet alleen, gaat Steiner verder, maar vonden ook. Schilders die bij machte waren het volmaakte schilderij te maken bijvoorbeeld, kunnen we daaraan toevoegen. Bij volmaakte schilderijen kun je de substantie, de Steen der Wijzen, het leven zelf – maakt het nog verschil welke term we gebruiken? – met eigen ogen zien, met name bij Rembrandt. Bij wie anders zouden we het volmaakte schilderij in de eerste plaats moeten zoeken? Rembrandt, schrijft Simmel, is bij uitstek de schilder die het individu weet te treffen, het unieke van een bepaald persoon. Het leven, bezield door een individu, beschouwt hij als de hoogste manifestatie van het leven. Juist bij Rembrandts (zelf)portretten kunnen we in de allersterkste mate het leven waarnemen.
Marleen in Reliland
Marleen Schefferlee
Genadig van geest
Het was druk in het Goethe-instituut. Heel druk.  Tot in het schitterende achterzaaltje stonden mensen samengepakt voor het Nibelungenlied. Jaap van Vredendaal vertaalde deze middeleeuwse klassieker opnieuw uit het Hoogmiddelduits en uitgeverij Boom en het Genootschap Nederland Duitsland wilden dit vieren. Terecht.
Het is treurig gesteld met de kennis van onze prechristelijke cultuur. Op scholen worden de enige bewaarde ontstaansmythen, de IJslandse Eddaverzen, stelselmatig genegeerd. Zo ook het Nibelungenlied, wat toch de Ilias uit onze contreien is. Enige uitzonderingen hierbij zijn Der Ring der Nibelungen opera’s van Wagner, die zich ooit liet inspireren door het lied. Net zoals Tolkien trouwens.
Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt er een zware schaduw over de sage en het achterliggende culturele erfgoed. Is het dan eindelijk zover dat we ons niet meer hoeven te schamen?
NRC redacteur Pieter Steinz reisde van Worms naar Lorsch om het bestaan van Siegfried te bewijzen. Hij legde onomwonden uit dat Siegfrieds Tod van Fritz Lang, Hitler’s lievelingsfilm was. Nazi’s dweepten nou eenmaal met de Noorse en Germaanse sagen en Siegfried was hun ultieme held. Na de ‘Nacht van de Lange Messen’ gaf Hitler zich uit als moderne Siegfried, die de draak had verslagen. De verdedigingsmuur bij Frankrijk werd zelfs Siegfriedlinie gedoopt.
De oorsprong van het Nibelungenlied, dat draait om hoofse liefde en wraak, is onbekend en er blijkt fantasierijk omgesprongen met historische feiten en plaatsen. Zo ging het Bourgondische rijk inderdaad ten onder, hoewel niet door de Hunnen en onmogelijk met behulp van de werkelijke Attila. Ook leefde er eens een koning Sigibert, maar dan getrouwd met de Visgotische prinses Brunichild. En dan de mythische inslag. Drakenvechter Sigurd uit de Edda wordt net als de held Siegfried, aan het eind verraden en op laffe wijze geveld. Doodgestoken op de plek op zijn schouder, waar een lindeblad op viel toen hij zich in het onoverwinnelijke drakenbloed baadde.
Waarom moet een eeuwenoude legende blijven boeten voor de gestoorde uitleg van nationaalsocialisten? Moeten we de misbruikte teksten niet juist extra bestuderen om deze ingesleten foute interpretatie te stoppen? Het wordt wat mij betreft hoog tijd dat we onze culturele geschiedenis weer toe-eigenen en het rechtsextremistische stof van onze oude verhalen afblazen. ‘Na rouw volgde herstel, zoals nog vaak geschiedt,’ aldus het hoopvolle einde van Siegfrieds begrafenis.
Marleen Schefferlie
Vooruitblik BRES272
In de tijd van Newton noemt men de zwaartekracht en de electriciteit een occulte kracht. Totdat de werkzaamheeid ervan wordt beschreven en de mens deze energieën kan gaan gebruiken. Zijn der misschien nog veel meer 'occulte''krachten in de natuur die wachten om te worden 'ontsluierd'. Daarover gaat BRES272
John van Schaik
De vliegende forel
Onzichtbare krachten
Hoe kan een plant tegen de zwaartekracht ingroeien? En waarom schiet een forel omhoog tegen de waterval in? Antwoord: er moeten krachten in de natuur zijn waar de zwaartekracht van Newton niet tegen op kan.
Sir Isaac Newton (1642-1727) wist zelf maar al te goed dat zijn gravitatiewetten niet het laatste antwoord waren op de vraag hoe het komt dat lichamen bewegen. Newton schrijft in zijn De Gravitatione en zijn Philosophiae Naturalis Principia Mathematica – waarin hij de gravitatiewetten ontwikkelt – dat die wetten vooral betrekking hebben op materiële lichamen. Maar zij verklaren niet het leven. Newton was zijn leven lang op zoek naar de levenskrachten in de materie. In die hoedanigheid was hij veel meer een alchemist dan een mechanisch-materialist. Pas later, wanneer het materialisme haar zegetocht begint in het midden van negentiende eeuw, maakt men van Newton de vader van de moderne mechanica. Het is precies het beslissende verschil tussen alchemie en chemie. Alchemie zoekt naar de levenskrachten in de natuur, terwijl chemie uitsluitend kijkt naar de materiële kant van de natuur. Terwijl het twee kanten van dezelfde medaille zijn.
|